In het uitsprakenoverzicht vindt u eerdere uitspraken van de Geschillencommissie KPZ. Deze uitspraken zijn zo weergegeven dat ze niet tot personen te herleiden zijn.
Alle uitspraken van de samenwerkende Geschilleninstanties vindt u hier.
24.09 uitspraak
Verzoekster onderging op 9 maart 2023 een chiropractische behandeling bij verweerder. Verzoekster stelt dat zij ernstige klachten ontwikkelde als gevolg van deze behandeling. Verweerder zou bij de uitgevoerde interventies onvoldoende voorzichtig zijn geweest en verzoekster stelt niet te hebben ingestemd met een zodanig intensieve behandeling. Voorts verwijt zij verweerder niet of niet adequaat met haar te hebben gecommuniceerd naar aanleiding van de door haar ingediende klacht. De commissie acht het eerste en tweede geschilpunt ongegrond
24.08 uitspraak
Verzoekster is een jonge vrouw met autisme. Zij ontving individuele en groepsbegeleiding van verweerder. In oktober 2023 kwam het tijdens de ambulante begeleiding tot een confrontatie tussen verzoekster en haar toenmalig ambulant begeleidster, die uitmondde in een zogenoemde meltdown van verzoekster. Verzoekster stelt dat er tijdens dit begeleidingsmoment sprake was van een onheuse en onprofessionele begeleiding. Voorts heeft zij ook in de periode daaraan voorafgaand onvoldoende op haar zorgbehoefte afgestemde communicatie door haar begeleidster ervaren.
24.06 uitspraak
Verzoekster is gediagnosticeerd met een ernstig verstandelijke beperking, borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS (posttraumatische stress stoornis). Zij ontvangt op basis van een Wlz-indicatie VG06 24 uurs begeleiding/beschermd wonen in de vorm van zorg in natura bij verweerder. Verzoekster stelt dat de zorgaanbieder afspraken in verband met trauma uit het verleden niet nakomt. De commissie acht dit geschilpunt ongegrond en wijst de vordering tot schadevergoeding af. Tevens wordt door partijen overeengekomen dat verweerder een excuusbrief aan verzoeker
23.11 uitspraak
Cliënte is een jonge vrouw met een matig verstandelijke beperking. Zij ontvangt dagbesteding en individuele begeleiding bij verweerder. Naar aanleiding van uitingen van cliënte over haar, in haar beleving, gespannen thuissituatie, worden in aanwezigheid van verweerder gesprekken met de POH gevoerd en wordt advies gevraagd aan Veilig Thuis. De hele gang van zaken rondom deze gesprekken, waarbij verzoekster (moeder en mentor van cliënte) nauwelijks betrokken was, heeft geleid tot een vertrouwensbreuk tussen verzoekster en verweerder.
23.09 uitspraak
Verzoeker woont zelfstandig in een chalet gelegen op het terrein van zorgaanbieder, waarvan hij tevens persoonlijke ondersteuning en begeleiding groep ontvangt. Financiering vindt plaats via een PGB op grond van de Wlz. Verzoeker en zorgaanbieder hebben een Overeenkomst Wonen en Zorg gesloten, een zgn. gemengde overeenkomst waarbij de huurovereenkomst onlosmakelijk met de zorgovereenkomst is verbonden. Tussen partijen is niet in geschil dat het verzorgingselement overheerst, zodat de huurbeschermingsbepalingen niet van toepassing zijn. Ook is er
23.05 uitspraak
Cliënt woont in een kleinschalige zorginstelling waar zorg wordt geboden op grond van de Wet langdurige zorg via zorg in natura. Tussen zorgaanbieder en verzoekers ontstaat een geschil over de kwaliteit van de geleverde zorg; er is sprake van geen goede invulling van de dagbesteding, geen goede begeleiding, geen adequate behandeling en er was tweemaal sprake van een onzorgvuldig tot stand gekomen schorsing. Gebrekkige zorgverlening wegens het niet voldoende aansluiten bij de zorgvraag van cliënt.