skip to Main Content

In het uitsprakenoverzicht vindt u eerdere uitspraken van de Geschillencommissie KPZ.

Deze uitspraken zijn zo weergegeven dat ze niet tot personen te herleiden zijn.

21.03 Uitspraak

Zorgaanbieder biedt dagbesteding en begeleid wonen aan (jong)volwassenen met een beperking. Verzoeker woont daar jarenlang. Omdat verzoeker zelfstandig wil gaan wonen, wil hij overstappen naar een andere zorgaanbieder die gespecialiseerde begeleiding kan bieden. Verzoeker wil wel in hetzelfde appartement blijven wonen. Zorgaanbieder is het daar niet mee eens. Volgens zorgaanbieder moet verzoeker zorg bij zorgaanbieder afnemen om in het appartement te kunnen blijven wonen. Dit blijkt echter geen voorwaarde in de huurovereenkomst. Zorg bij zorgaanbieder wordt beëindigd, maar verzoeker blijft in het appartement wonen.

Geschil over kwaliteit en frequentie van de begeleiding en over gang van zaken en opstelling van zorgaanbieder rondom de beëindiging van de zorgovereenkomst. Alle geschilonderdelen gegrond. Schadevergoeding als gevolg van gemist immaterieel voordeel (gemiste begeleidingsuren) toegewezen.

21.06 Uitspraak

Zorgaanbieder handelde niet in strijd met de zorgovereenkomst door het inzetten van individuele begeleiding tijdens logeeropvang en door vanaf 2021 één logeerweekend per maand te bieden in plaats van twee. Zorgaanbieder diende over de inzet van individuele begeleiding echter zorgvuldiger te communiceren met verzoeker.

21.04 Uitspraak

Zorgaanbieder is tekortgeschoten in het geven van zorgvuldige begeleiding. De begeleiding sloot onvoldoende aan bij de zorgvraag en begeleidingsdoelen werden niet behaald. In de klachtenprocedure beschouwde zorgaanbieder gemachtigde van verzoeker onterecht niet als zijn vertegenwoordiger. De commissie acht zich niet bevoegd ten aanzien van klachten omtrent de woning.

21.01 Uitspraak

Verzoeker was gedurende ruim twee jaar in behandeling bij zorgaanbieder wegens (onder meer) depressie. Als verzoeker in verband met een UWV-keuring zijn dossier opvraagt bij zorgaanbieder, komt hij erachter dat het behandelplan en het zorgdossier onvolledig en onzorgvuldig zijn. Verzoeker is ook niet tevreden over zijn behandeling en de geboekte resultaten.

Het behandelplan is niet tijdig en in overleg met cliënt vastgesteld, geëvalueerd en waar nodig aangepast, maar het staat niet vast dat verzoeker meer vooruitgang in de behandeling zou hebben geboekt als dit wel gebeurd was. Het verzoekt tot materiële en immateriële schade wordt afgewezen.

21.02 Uitspraak

Zorgaanbieder is tekortgeschoten in de behandeling van verzoeker. Verweerster heeft voor en tijdens de intakegesprekken onvoldoende zorggedragen dat verzoeker ingelicht werd en zich serieus genomen voelde. Zorgaanbieder was in de klachtenprocedure ten onrechte meer gericht op het welzijn van zorgverleners dan op dat van de cliënt.

20.08 Uitspraak

Zorgverlener is tekortgeschoten in communicatie en handelen naar vertegenwoordigers cliënte rondom afronden zorg van cliënte. Zorgaanbieder droeg mede verantwoordelijkheid dat privacyrecht van cliënte niet geschonden werd in publicatie beeldmateriaal.

20.07 Uitspraak

Moeder van verzoekster leed aan vasculaire dementie en werd thuis verzorgd door verzoekster. De zus van verzoekster was de gewaarborgde hulp van moeder. Tussen verzoekster en haar zus bestond onenigheid over de zorg voor moeder. Moeder is inmiddels overleden.

Tussen moeder en de zorgaanbieder is een zorgovereenkomst gesloten, maar de zorgaanbieder trok zich – in overleg met de zus – voor aanvang van de zorg terug, omdat zij niet voldoende geschikt personeel had om aan de zorgvraag van moeder te kunnen voldoen. Volgens de zorgovereenkomst gold een opzegtermijn waar de zorgaanbieder zich niet aan heeft gehouden. Ook de professionele zorgplicht brengt mee dat de zorgaanbieder een overbruggingsperiode in acht dient te nemen als zij de toegezegde zorg niet kan leveren. Verder is de zorgaanbieder afspraken over communicatie met verzoekster niet nagekomen. De commissie acht zich niet bevoegd met betrekking tot de vraag of de AVG is geschonden en verwijst naar de toepasselijke klachtenregeling van de zorgaanbieder. Door verzoekster gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen.

20.03 Uitspraak

Geschil met en over ouderinitiatief voor woonvorm voor kinderen met verstandelijke beperking. Commissie is niet bevoegd ten aanzien van het eerste geschilonderdeel: geen geschil dat betrekking heeft op de zorgverlening. Verzoeker is niet ontvankelijk in de andere twee geschilonderdelen: klacht is niet tijdig ingediend en verzoeker heeft geen belang bij een uitspraak.

20.04 Uitspraak

Cliënte woont in een kleinschalige woonvoorziening. Tussen zorgaanbieder en verzoekers, ouders van cliënte, ontstaat een geschil over communicatie dat steeds groter wordt. Cliënte verhuist naar een andere woonplek.

Verwijtbare eenzijdige beperking van frequentie en inhoud communicatie door zorgaanbieder. Verwijtbaar gebrek aan oplossingsgerichtheid bij zorgaanbieder. Grenzen eigen afwegingsruimte zorgmedewerker over toediening extra medicatie niet overschreden. Zorgplan maakt niet inzichtelijk welke begeleidingsafspraken en doelen er zijn. Schade met betrekking tot verhuizing komt gedeeltelijk (40%) voor vergoeding in aanmerking.

20.02 Uitspraak

Verweerder is zorgverlener die via thuiszorgorganisatie en bemiddelingsbureau 24-uurszorg verleende aan terminale patiënt. Verzoekster is dochter van patiënt. Zorgverlener is tijdens 24-uurszorg op diverse onderdelen tekortgeschoten in zorg rondom overlijden patiënt, waaronder meenemen medicatie, aandragen uitvaartonderneming, gebrekkige communicatie en onvoldoende empathie en ondersteuning familie. Door dochter gevorderde immateriële schadevergoeding deels toegewezen.

Back To Top