Skip to content

25.08 uitspraak

Kern

In een door verweerder (tandarts) bij verzoeker geplaatste brug over de voortanden ontstaat na verloop van tijd, door een fout in het productieproces van de brug (die door een tandtechnisch laboratorium is vervaardigd), een zichtbaar luchtbelletje. Verweerder voert een herstelbehandeling uit met composiet. Het opgevulde plekje blijft echter zichtbaar en het resultaat is daarom voor verzoeker niet aanvaardbaar. De commissie is van oordeel dat de zorgaanbieder geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van de herstelbehandeling die hij bij verzoeker heeft uitgevoerd. Hij heeft zich daarbij voldoende ingespannen. De geschillencommissie oordeelt het geschilonderdeel ten dele gegrond is, met dien verstande dat verweerder op grond van artikel 6:76 BW aansprakelijk is voor de ontstane fout in het productieproces van de brug van verzoeker. De schade van verzoeker als gevolg van de fout in het productieproces van de brug wordt door de commissie begroot op een bedrag van € 3122, 82.

Samenvatting

Eind 2024 wordt bij verzoeker In het kader van een tandheelkundige behandeling door verweerder – als zelfstandig tandarts werkzaam in een tandartsenpraktijk- een brug geplaatst over zijn voortanden. De brug is vervaardigd door een extern tandtechnisch laboratorium en is – na toestemming door verzoeker – door verweerder definitief geplaatst in hard cement.

In het voorjaar van 2025 kwam verzoeker terug bij de praktijk met de melding dat er een zichtbaar luchtbelletje zat in één van de voortanden. Hierop is door verweerder een herstelbehandeling bij verzoeker uitgevoerd, waarbij het luchtbelletje is opgevuld met composiet. Enige tijd daarna meldde verzoeker zich opnieuw bij verweerder omdat het opgevulde plekje in zijn voortand zichtbaar werd (oplichtte) bij blootstelling aan black light. Weer enige tijd later gaf verzoeker aan dat de reparatie aan zijn voortand ook bij daglicht zichtbaar was. Verweerder voerde overleg met de tandtechnieker en de producent van het gebruikte composiet over een mogelijke oplossing. Op basis van dat overleg heeft verweerder verzoeker aangeboden het plekje op zijn voortand kosteloos door een collega te laten behandelen met een ander – minder transparant – composiet. Van dit aanbod heeft verzoeker geen gebruik gemaakt.

De commissie omschrijft het geschil, met instemming van beide partijen, als volgt:
Er is een fout ontstaan in het productieproces van de brug van verzoeker, waardoor er een luchtbelletje in een van zijn voortanden is ontstaan. Bij verzoeker is vervolgens ongenoegen ontstaan over de herstelbehandeling die verweerder uitvoerde. Het resultaat is voor verzoeker niet aanvaardbaar. Daarnaast vordert verzoeker in het geschilformulier de kosten van herstel of vervanging van de brug. Gedurende de geschilbehandeling heeft verzoeker zijn stellingen aangevuld en gevraagd om vergoeding van de kosten van een nieuwe zesdelige brug, waarbij er ook implantaten en facings worden geplaatst. Verzoeker heeft de kosten voor deze laatste behandeling begroot op € 15.000,- .

De commissie stelt voorop dat niet in geschil is dat de voortand in de brug van verzoeker niet

voldoet aan het hetgeen verzoeker daarvan mocht verwachten; er is geen sprake van een restloos of volledig herstel. Het luchtbelletje in de tand van verzoeker is een zeldzame onvolkomenheid die is opgetreden in het productieproces bij het tandtechnisch laboratorium en die niet te wijten is aan een tekortkoming van verweerder in de door hem geleverde tandheelkundige zorg. Verweerder is wel aansprakelijk voor deze tekortkoming. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de commissie voldoende ingespannen om het gebrek in de voortand van verzoeker te herstellen en hem kan geen verwijt worden gemaakt van de wijze waarop hij het herstel heeft uitgevoerd. De commissie meent dat de aard van het gebrek in het productieproces van de brug meebrengt dat er bij iedere vorm van herstel een kans bestaat dat (na verloop van tijd) afwijkingen tussen het plekje waar de luchtbel zat en de rest van de oppervlakte van de tand, zichtbaar zullen worden. De commissie kan op grond van het over en weer gestelde niet vaststellen of en in hoeverre verweerder verzoeker op dit risico heeft gewezen. De commissie meent dat dit wel op de weg van verweerder lag.

Op grond van deze overwegingen, oordeelt de commissie dit geschilonderdeel ten dele gegrond, voor zover het de aansprakelijkheid van verweerder betreft voor de ontstane fout in het productieproces van de brug door het tandtechnisch laboratorium.

 

De commissie overweegt als volgt over de door verzoeker gevorderde schadevergoeding. De commissie is met verzoeker van oordeel dat ook een nieuwe herstelbehandeling met een minder transparant composiet het risico in zich draagt, dat er op termijn een afwijking tussen het herstelde plekje en de rest van het tandoppervlak zichtbaar zal zijn. Daar staat tegenover dat het een weinig invasieve oplossing is, die zo nodig ook meerdere keren kan worden herhaald. Herstel door het vervangen van de bestaande brugconstructie brengt gezien de uitgangssituatie in het gebit van verzoeker ook de nodige risico’s en onzekerheden mee. De door verzoeker voorgestelde oplossing waarbij de brug wordt vervangen door een zesdelige brug en er implantaten en facings worden geplaatst, is verstrekkend en kostbaar. Daarbij geldt dat de huidige brug van verzoeker op enig moment in de toekomst zou moeten worden vervangen ook als er geen esthetisch gebrek in de voortand zou hebben gezeten. De commissie acht het bij die stand van zaken niet redelijk de volledige kosten van de door verzoeker voorgestelde oplossing toe te rekenen aan de productiefout in de huidige brug, nog afgezien van het feit dat de door verzoeker overgelegde kosteninschatting op onderdelen door de commissie als ruim en onvoldoende gespecificeerd wordt beschouwd.

Naar aanleiding van deze overwegingen meent de commissie dat er aanleiding bestaat de schade als gevolg van het esthetische gebrek naar redelijkheid te begroten op de kosten van het vervaardigen van een nieuwe vierdelige brugconstructie – vergelijkbaar met de brugconstructie die verweerder bij verzoeker heeft geplaatst en waarin een gebrek is opgetreden. Verweerder heeft een begroting overgelegd ter zake van het vervangen van een vierdelige brug. De kosten daarvoor bedragen € 3122, 82. De commissie beoordeelt deze begroting als marktconform – zowel wat betreft de daarin opgenomen verrichtingen als de daarvoor gehanteerde tarieven en zal de schade van verzoeker begroten op het bedrag van € 3122, 82.

Leerpunten zorgaanbieder

De commissie meent dat de zorgaanbieder in deze zaak geen verwijt kon worden gemaakt van zijn handelen. De zorgaanbieder is aansprakelijk voor de schade die is veroorzaakt door een tekortkoming in het werk van een door de zorgaanbieder ingeschakelde hulppersoon. De zorgaanbieder treft geen verwijt ten aanzien van de herstelbehandeling die hij bij verzoeker heeft uitgevoerd. Hij heeft zich daarbij voldoende ingespannen. Dat het resultaat ondanks die inspanningen tegenviel, kan niet aan de zorgaanbieder worden tegengeworpen. Wel is het in een dergelijk geval aan te bevelen om bij een patiënt een realistische verwachting te wekken over een mogelijk tegenvallend resultaat van een herstelbehandeling. Inherent aan het esthetische gebrek in de voortand van verzoeker is het risico dat een herstel met composiet (na verloop van tijd) zichtbaar zal worden

Back To Top