Skip to content

24.12 uitspraak

Kern

Verzoeker is met pijnklachten behandeld in de tandartsenpraktijk van verweerders. Bij een wortelkanaalbehandeling van één van zijn voortanden is toen een perforatie opgetreden. De behandeling daarvan heeft niet tot het gewenste resultaat geleid en verzoeker heeft zijn voortand uiteindelijk verloren. Verzoeker is van mening dat de tandarts een fout heeft gemaakt. De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerders zich onvoldoende voor verzoeker hebben ingespannen, of bij die inspanning een fout hebben gemaakt. De perforatie is een complicatie en niet een verwijtbare fout. De commissie acht het geschil ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.

Samenvatting

In de periode juni/augustus – december 2023 werd verzoeker, als asielzoeker verblijvend in een AZC, behandeld in de praktijk van verweerder. Communicatie tussen verzoeker en de behandelend tandarts vond plaats in het Engels, omdat verzoeker de Engelse taal naar eigen zeggen goed machtig is. Verzoeker meldde zich in eerste instantie met pijnklachten (naar eigen zeggen aan zijn kiezen). Er worden een aantal röntgenfoto’s gemaakt. Volgens verzoeker was daarop te zien dat één van de voortanden niet recht stond en is deze door druk uit te oefenen aan de achterkant met een specifiek apparaat naar voren geduwd. Kort daarop kreeg hij ernstige pijnklachten en sterk terugtrekkend tandvlees. Verzoeker stelt dat hij meerdere malen de tandartsenpraktijk heeft bezocht. De tandarts deelde hem ten aanzien van de gevolgen van de complicatie mee, dat hij niets voor hem kon betekenen en het tandvlees mogelijk vanzelf zou teruggroeien. Tijdens de hoorzitting benadrukt verzoeker een aantal malen dat zijn klachten niet verholpen zijn en dat de zorgaanbieder niets voor hem heeft gedaan en voorts dat hij evenmin geïnformeerd is over de behandelingen die hebben plaatsgevonden.

Verweerders stellen dat verzoeker is behandeld in verband met pijnklachten linksonder en problemen aan zijn voortanden. Er zijn röntgenfoto’s gemaakt, waarop een ontsteking aan de wortelpunt van beide voortanden te zien was, veroorzaakt door een bacteriële infectie in het wortelkanaal. Bij beide voortanden is toen een wortelkanaalbehandeling uitgevoerd, gericht op het behandelen van de ontsteking. Tijdens deze behandeling van één van de voortanden bleek het kanaal sterk gecalcificeerd en ontstond een perforatie. Dit is een bekende complicatie bij sterk gecalcificeerde wortelkanalen. De perforatie is conform de professionele standaard behandeld en met verzoeker besproken, aldus verweerders. Verzoeker is ook geïnformeerd dat, ondanks dit herstel, de prognose van dit element niet goed was en dat een extractie nodig zou kunnen zijn als de klachten aanhielden. Tijdens controles werd vastgesteld dat de ontsteking en de buccale recessie niet verbeterden en dat het element mobiliteit vertoonde. Behandelend tandartsen hebben bij herhaling voorgesteld de voortand te verwijderen en een partiële prothese te vervaardigen. Verzoeker heeft dit geweigerd.

De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerders, ondanks het feit dat zij niet geheel aan de gedetailleerde dossiervorming zoals die geldt op grond van de KNMT-richtlijn Patiëntendossier hebben voldaan, voor wat betreft het vastleggen van de verstrekte informatie aan verzoeker, zich onvoldoende voor verzoeker hebben ingespannen, of bij die inspanning een fout hebben gemaakt. De commissie baseert zich hierbij tevens op het aan haar ter beschikking gestelde patiëntendossier. Ten aanzien van de perforatie die bij één van de voortanden is ontstaan geldt dat deze aangemerkt moet worden als een complicatie en niet als een fout die verwijtbaar is. Verweerder en verzoeker verschillen voorts van mening of verzoeker over de aard van de behandeling is geïnformeerd. Echter, ook als zou zijn aangetoond dat verzoeker was geïnformeerd zou dit op dat moment niet tot een andere behandeling hebben geleid. De commissie komt op grond van het voorgaande dan ook tot de conclusie dat dit geschilonderdeel ongegrond is en wijst het verzoek tot schadevergoeding in verband hiermee af.

Leerpunten zorgaanbieder

Leerpunt 1

De Geschillencommissie adviseert om in situaties waarin een mogelijkheid tot taalbarrière aanwezig is, als zorgaanbieder adequaat te toetsen of partijen elkaar goed begrijpen en zo nodig passende maatregelen te nemen. Voorts in het dossier voldoende toetsbaar vast te leggen dat dit onderwerp besproken is en welke keuze daarin is gemaakt (bijvoorbeeld Engels praten, gebruik van een tolk, gebruik van hulpmiddelen).

Leerpunt 2

De Geschillencommissie adviseert om de verslaglegging in het zorgdossier van een cliënt uitgebreider en eenduidiger vorm te geven. Hetzelfde geldt voor het schriftelijk vastleggen welke relevante behandelinformatie er is verstrekt en welke keuze cliënt gemaakt heeft.

Leerpunt 3

De Geschillencommissie adviseert om de verwachtingen van een cliënt beter te toetsen en hiervan ook adequate verslaglegging te doen.

Back To Top