skip to Main Content

20.02 Uitspraak

Kern

Verweerder is zorgverlener die via thuiszorgorganisatie en bemiddelingsbureau 24-uurszorg verleende aan terminale patiënt. Verzoekster is dochter van patiënt. Zorgverlener is tijdens 24-uurszorg op diverse onderdelen tekortgeschoten in zorg rondom overlijden patiënt, waaronder meenemen medicatie, aandragen uitvaartonderneming, gebrekkige communicatie en onvoldoende empathie en ondersteuning familie. Door dochter gevorderde immateriële schadevergoeding deels toegewezen.

Samenvatting

De zorgverlener (verweerder) werkte voor een bemiddelingsbureau en is via een thuiszorgorganisatie ingehuurd om 24-uurszorg te verlenen aan een ernstig zieke patiënt in de stervensfase. De patiënt is tijdens deze zorg overleden in het bijzijn van haar familie en de zorgverlener. De dochters waren te laat om aanwezig te zijn bij het overlijden van hun moeder. Een dochter (verzoekster) van de patiënt vindt dat de zorgverlener zijn werk niet professioneel heeft gedaan en zich niet aan de afspraken met de huisarts en familie heeft gehouden. Ook heeft hij de richtlijnen van het bemiddelingsbureau niet gevolgd. De dochter verwijt de zorgverlener ook dat hij direct na het overlijden van haar moeder zonder overleg met de familie een uitvaartonderneming heeft ingeschakeld, die niet onder de uitvaartverzekering van de patiënt viel. Als laatste zegt de dochter dat de zorgverlener zonder toestemming medicijnen van de patiënt heeft meegenomen. De commissie vindt dat een aantal van deze klachten gegrond is.

Omdat het zorgdossier niet helemaal duidelijk is, is het niet zeker hoe de zorg precies is verlopen. Dit komt vooral door de thuiszorgorganisatie. Het staat wel vast dat de zorgverlener bepaalde dingen in de zorg van de patiënt niet goed heeft gedaan.
Zo heeft hij zich niet genoeg ingeleefd en heeft hij niet duidelijk genoeg gecommuniceerd met de familie. Omdat het palliatieve zorg was, was het extra belangrijk dat de zorgverlener goed en duidelijk communiceerde en zich goed kon inleven.
De zorgverlener heeft de dochters niet op tijd (laten) waarschuwen toen hij kon vermoeden dat de patiënt zou komen te overlijden. Ook heeft hij de familie niet genoeg steun geboden door zijn manier van communiceren niet aan te passen aan de omstandigheden van dat moment en aan de familie.

De zorgverlener heeft niet op een juiste manier gehandeld door een uitvaartonderneming in te schakelen die niet is aangesloten bij de uitvaartverzekering van de patiënt en door dit ook zo snel na het overlijden van de patiënt te doen. Ook de manier waarop de zorgverlener contact heeft gelegd met de uitvaartonderneming was niet zorgvuldig.

Door de verklaringen van een aantal getuigen is gebleken dat de zorgverlener een deel van de medicijnen van de patiënt heeft meegenomen. Dat is niet toegestaan.

De gevraagde vergoeding voor immateriële schade wijst de commissie voor een gedeelte toe.

Dit heeft te maken met het feit dat de zorgverlener zich onvoldoende heeft ingeleefd, zijn communicatie niet goed en duidelijk was en dat hij te weinig ondersteuning heeft gegeven. Hierdoor is het emotioneel lijden van de dochter(s) erger geworden.
De commissie is niet bevoegd om de delen van het geschil te behandelen die gaan over het gedrag van de uitvaartonderneming en de uitvaartverzorging en over de samenwerking van de zorgverlener met de uitvaartonderneming. De commissie is ook niet bevoegd om de tegenvordering die de zorgverlener heeft ingediend te behandelen.

Leerpunten zorgaanbieder

  • Zorgvuldig en duidelijk communiceren, met name in geval van palliatieve zorg.
  • Voldoende inlevingsvermogen tonen, met name in geval van palliatieve zorg.
Back To Top